Home
Negombo
Habarane
Kandy
Nuwara Eliya
Bandarawela
Yala
Unawatuna
Colombo
Dino in Sri Lanka
Home Tim en Petra

Kandy

 Click for Kandy, Sri Lanka Forecast

Donderdag 28 december 2006

Om 06.20 uur liep in Habarane de wekker af en om half zeven zaten we aan het ontbijt. Voor de laatste keer lekkere versgebakken wafels en toen was het helaas tijd om het kleine paradijsje te verlaten. Eerst moesten nog de rekeningen van de wasserij en de minibar worden voldaan en daarna vertrokken we naar Sigiriya. Onderweg werd er nog even gestopt bij een woning om te kijken hoe de mensen op het platteland in Sri Lanka leven. Niet bepaald onze favoriete bezigheid maar af en toe de gids tevreden stellen is ook belangrijk. Na het huisstekelvarken en de specht op de digitale gevoelige plaat te hebben vastgelegd, konden we eindelijk doorrijden naar de hoofdattractie van de dag.

Sigiriya, oftewel ‘Leeuwenrots’ is een 200 meter hoge rotsformatie die zomaar als een soort tafelberg uit het vlakke land van Sri Lanka omhoog steekt. Er zijn twee theorieën over de bebouwing op de rots. De ene gaat er vanuit dat het een soort fort was van koning Kasapa (477-495 AD). De andere theorie, die redelijk bevestigd wordt door de archeologische opgravingen, zegt dat de bebouwing enkele eeuwen ouder is en een religieuze (Boeddhistische) bestemming had.

Voordat we aan de klim naar de top van de rots begonnen, hebben we eerst een stuk door de Royal Gardens gewandeld. Hier was vanaf de grond niet zo veel aan maar later van bovenaf zag het er best aardig uit.

Na een eerste reeks trappen kwamen we bij de fresco’s en de spiegelmuur. De fresco’s waren nog in prima staat. Daarna ging het tussen de leeuwenpoten door via een smalle en steile trap naar de top. Van daaruit had je een mooi uitzicht over de omgeving. Aangezien het redelijk helder was, kon je zelfs de gouden Boeddha van Dambulla zien liggen. Op de top lagen nog de funderingen van de gebouwen  die er ooit gestaan hebben.

Toen we het boven gezien hadden, zijn we de trappen (~1200) weer afgedaald en hebben we ons busje weer opgezocht. Anthony bracht ons naar een restaurantje voor een plasje en een bijvulling van het verloren vocht. Daar werd ook nog even het programma voor de middag en de volgende dag doorgenomen: geen technical tour maar wel een Spicegarden en een Cultural dance.

Na weer een beetje bijgekomen te zijn van de inspanningen zijn we doorgereden naar de rotstempels van Dambulla. Hier staan in een vijftal grotten zo’n 150 Boeddhabeelden in verschillende poses. Voordat we deze konden bekijken moest er natuurlijk weer eerst een flinke rots beklommen worden en dat viel met de tropische weersomstandigheden nog niet mee. OM de tempels in te mogen, moesten de schoenen natuurlijk weer uit en konden de broekspijpen weer eens aangeritst worden. Toen dit allemaal geregeld was, hebben we rustig alle vijf de grottempels bekeken en veel foto’s gemaakt van de verschillende boeddha’s.

Na dit bezoek was het tijd voor een lunch en de lange rit naar Kandy. Onderweg zijn we nog zo’n anderhalf uur gestopt bij een spicegarden (kruidentuin). Daar kregen we tijdens en rondleiding alles te horen over kokosnoten, amandelolie, aloë vera, cacao, kurkuma, kruidnagel, kaneel, jasmijn, sandelhout etc. etc. De verschillende medicinale toepassingen werden uitgelegd en er was een demonstratie kokospalmklimmen voor gevorderden. Ook kregen we een kopje chocolademelk en een kopje kruidenthee te drinken. Herman, Angelien en Eveline hebben zich nog even lekker laten masseren en Tim liet (een deel van) zijn benen ontharen. Aan het einde van het bezoek volgde natuurlijk het onvermijdelijke verkooppraatje en een bezoek aan de ‘apotheek’. Enkele kleine aankopen rijker vertrokken we vervolgens voor het restant van de rit naar Kandy.

In het hotel in Kandy zijn we nog snel even het zwembad ingedoken en na een lekkere douche zijn we om acht uur gaan eten. Op de derde verdieping, waar onze kamers lagen, was intussen de stroom uitgevallen maar in het restaurant was daar niet zo veel van te merken.

Vrijdag 29 december 2006

Na een redelijk ontbijt vertrokken we met een Venloos kwartiertje vertraging naar de botanische tuinen van Kandy. Onderweg werd eerst nog even een uitzichtspunt aangedaan om over de stad uit te kunnen kijken.

Daarna was het nog een kwartiertje naar de ingang van het park. Anthony kocht voor ons de kaartjes dus dat ging lekker snel. Waarom? Omdat hij gewoon voorkroop !!

In de botanische tuin hebben we ruim drie uur rondgestruind. Er was een grote collectie bamboe- en palmplanten, een bloementuin en een Japanse tuin. Er stond een enorme Ficus Benjamina en er was een kas met heel veel verschillenden orchideeën.

Ook stond er een rijtje Coco de Mer. Dit zijn kokospalmen met zogenaamde dubbele kokosnoten. Deze wegen 10 a 15 kilo en het duurt vijf jaar voordat ze volgroeid zijn. Langs de rivier hebben we nog gekeken hoe in Sri Lanka metselzand gewonnen wordt. Dit gebeurde door mannen die met een grote schaal steeds onderdoken, de schaal onderwater vulden met zand en hem vervolgens leegden op een vlot van olievaten. Wat ons betreft met stip op één binnengekomen in de serie ‘Oh, wat een klotebaan!’.

Naast het bekijken van de vele planten hebben we ook een hele tijd rondgekeken bij de honderden Vliegende honden die in de bomen hingen. Het bleek nog een flinke klus om een Vliegende hond in de vlucht op foto of film vast te leggen.

   

Om 13.00 uur hadden we het wel zo’n beetje gezien en hebben we de parkeerplaats maar weer eens opgezocht. Daarna volgde een lekkere lunch en toen was het tijd voor een bezoekje aan de stad zelf. Het aanbod van Anthony om ons eerst nog mee te nemen naar een mijnmuseum hebben we afgewimpeld en we hebben ons meteen naar de Tempel van de Tand laten brengen. In deze tempel word een tand van Boeddha bewaard. Niemand heeft de tand ooit gezien maar de schrijn met daarin het lichaamsdeel wordt dagelijks getoond tijdens ceremonies en bij speciale feesten wordt hij op een olifant door de stad gereder. De tempel is in 1998 zwaar beschadigd door een bomaanslag dus de veiligheidsmaatregelen waren weer eens erg groot. Schoenen moesten buiten de poort worden achtergelaten, we zijn twee keer gefouilleerd en ook twee maal moesten alle tassen open en moesten alle elektronische apparaten worden aan- en uitgezet.

Ook het kopen van een kaartje was geen snelle bezigheid. Het bleek erg moeilijk te snappen dat we met zes mensen, drie foto- en twee videocamera’s waren. De tempel was verder wel aardig maar we vonden het niet echt bijzonder.

   

Bij buitenkomst hadden we nog een uurtje om zelf door de stad te zwerven. We zijn toen weer eens op een lokale markt uitgekomen en daar hebben we lekker een tijdje rondgekeken.

   

Veel te snel moesten we weer terug want er stond nog een culturele show op het programma. We dachten nog een stukje te moeten rijden maar  het theater lag pal tegenover onze parkeerplaats. Anthony had al zes plaatsen voor ons gereserveerd op de voorste rij van de eerste verdieping dus het uitzicht op het podium was uitstekend. Dat konden we van de voorstelling niet zeggen. Het was wel aardig om te zien maar de muziek was behoorlijk eentonig getrommel. De kostuums daarentegen waren wel erg mooi. Ook het lopen over de gloeiende kolen was leuk om te zien.

Na de show wilden we de stad in om bij een Chinees restaurant een hapje te gaan eten. Anthony stond erop om ons er heen te brengen. Daarna regelde hij ook nog dat we om negen uur per tuktuk naar het hotel zouden worden gebracht. Bij de chinees hebben we tien verschillende gerechten besteld die op een draaischijf in het midden van de tafel werden gezet. Iedereen kon zo overal wat van opscheppen. Zoals we afgelopen zomer in China al gewend waren, smaakte het allemaal uitstekend. Alleen de nasi, die toch bedoeld is om e.e.a. te neutraliseren, was een beetje aan de pittige kant.

Toen we aan het dessert zaten, kwam Anthony ineens binnenwandelen. Hij vond het toch maar niets dat we per tuktuk terug ‘moesten’ naar het hotel. Omdat hij zelf al had gedronken, had hij een collega geregeld om ons mee op te halen. Erg aardig maar volstrekt overbodig!!!